Voor is in of aan de voorkant of in de richting van iets of iemand gelegen.
Definities
- voorzetsel: in of aan de voorkant van iets of iemand gelegen of in de richting daarvan
- voorzetsel: ten behoeve van of ten gunste van iemand of iets
- bijwoord: eerder in tijd of volgorde dan iets anders
- bijwoord: in een hogere graad of mate dan iets anders (vaak bij cijfers of posities)
Synoniemen
Klik op een synoniem om de betekenis ervan te zien.