Kastijden zijn perioden van matiging en boetedoening in de christelijke levenspraktijk.
Definities
- religieuze periode: een vaste tijd in het kerkelijk jaar waarin gelovigen matiging en boetedoening beoefenen
- praktijk: een reeks van handelingen of gebruiken gericht op onthouding en berouw tijdens die periode
- liturgisch begrip: de door de kerk vastgestelde tijdvakken die de nadruk leggen op soberheid en bezinning
Synoniemen
Klik op een synoniem om de betekenis ervan te zien.